Archive for the 'Expeditie 2011' Category
Op 9 maart gaat het publiek van de OFFT op reis met enkele leden van het team ‘Expeditie Doggersbank 2011’ op reis naar het Nederlandse deel van de Doggersbank en de Klaverbank. Het is een reis waar biologen 11 nieuwe soorten ontdekken en waarbij de wrakken en boorplatforms ver op de Noordzee worden schoongemaakt. Cor Kuyvenhoven en Udo van Dongen laten hun foto’s zien en vertellen over hun fotografiekunsten in de Noordzee (zowel macro als groothoek). Ook de samenwerking, die vrij uniek is tussen onderwaterfotografen, wordt belicht. Na de fotoreportage laat Klaudie Bartelink een voorpremière zien van haar nieuwe film. Deze is voor 95% klaar en de laatste feedback is welkom. Tot slot testen het expeditieteam op ludieke wijze de kennis van het publiek over de Noordzee.
Alle foto’s van de expeditie zowel onder- als bovenwater maar natuurlijk ook het dierenleven wat ontdekt is waren al even te vinden op onze Facebook pagina maar staan nu ook op de expeditie website. Neem gerust een kijkje en krijg een impressie van de geweldig succesvolle expeditie die we hebben afgerond dit jaar.
SCHEVENINGEN – Expeditie Doggersbank is vanmiddag teruggekomen in Scheveningen. De tiendaagse duik- en onderzoekreis heeft spectaculaire resultaten opgeleverd. Er zijn elf nieuwe diersoorten ontdekt en diverse wrakken werden schoongemaakt van visnetten. Tot slot werd vanochtend het wrak de Adder door de deelnemende organisaties, Duik de Noordzee schoon, Sportvisserij Nederland, Stichting De Noordzee en Vereniging Kust & Zee, als eerste wrak in de Noordzee symbolisch geadopteerd.
De expeditie heeft zeker 11 nieuwe diersoorten opgeleverd, die nog niet eerder op Nederlandse bodem werden aangetroffen, waaronder twee soorten oprolkreeft, een pelikaansvoet, een slanke noordhoren, een heremietkreeft, een bijzonder kwalletje dat luistert naar de naam ‘belletje’ en een aantal zeenaaktslakken. Dat er in zo’n korte tijd zoveel soorten gevonden zijn, laat zien hoe weinig we eigenlijk van het leven op de Doggersbank weten en hoeveel meer onderzoek kan opleveren. De Doggersbank is een bijzonder natuurgebied en deze vondsten laten het belang van goede bescherming van de zeenatuur zien.
De elf nieuwe Nederlandse soorten:
• Belletje – Neoturris pileata
• Rugstreep oprolkreeft – Galathea intermedia
• Pelikaansvoet – Aphorrhais pespelecani
• Stiefelslak – Simnia patula
• Breedkop harlekijnslak – Polycera faeroensis
• Harige heremietkreeft – Pagurus cuanensis
• Bonte galathea – Galathea strigosa
• Slanke noordhoren – Colus gracilis
• Kommavlek kroonslak – Doto koenneckeri
• Driekleur knuppelslak – Eubranchus tricolor
• Grote tritonia – Tritonia hombergii
De Adder: het eerste geadopteerde wrak
Vanochtend stond een laatste duik gepland op het wrak de Adder, voor de kust van Scheveningen. De expeditieduikers hebben het scheepswrak ontdaan van netten en onderwater een vlag gehesen, waarmee de adoptie van dit wrak bekrachtigd werd. De Adder is hiermee officieel het eerste geadopteerde wrak in de Noordzee. Dit is de start van het project ‘Adopteer een wrak’ waarin Duik de Noordzee schoon, Sportvisserij Nederland, Stichting De Noordzee en Vereniging Kust & Zee samenwerken aan een gezonde zee en een betere bescherming van wrakken.
Wrakken vervullen een belangrijke ecologische rol als hot spots voor biodiversiteit en kraamkamers voor vis. Hier is echter nog weinig aandacht voor. Daarom zullen de komende maanden diverse wrakken op de Noordzee door duikers gemonitord worden, zoals de afgelopen week reeds door de expeditie Doggersbank is gedaan. Met de zo vergaarde kennis willen de organisaties komen tot een concreet wrakkenbeschermingsplan.
De expeditie
Aan de expeditie, die behalve de Doggersbank ook de Klaverbank aandeed, namen vijf biologen, twee fotografen, twee filmers en tien wrakduikers deel. Ze maakten in totaal zestien duiken, op verschillende plekken. Behalve onderzoek doen naar ecologie en biodiversiteit op wrakken, hebben de expeditieleden de wrakken op de bodem van de Noordzee schoon gemaakt en de bijzondere natuur vastgelegd op foto en film.
We zijn terug! Een dag eerder dan gepland maar na de duik gisterenochtend zijn de wind en de bijbehorende golven alleen maar toegenomen waardoor we ’s middags niet meer konden duiken op de Koningin Regentes. De Koningin Regentes is het wrak van een prachtige Raderboot, waar we op de heenweg naar de Doggersbank al op hadden gedoken. Er is besloten door te varen naar de Tyche, zodat we daar deze morgen hadden kunnen duiken. Maar zoals we allemaal vanuit ons bed hebben kunnen voelen zijn de wind en golven gedurende de nacht niet of nauwelijks verminderd en de vooruitzichten zijn ook niet bepaald hoopgevend te noemen. Het oorspronkelijk plan was om zondagavond richting Scheveningen te varen waar we net voor de kust op de Adder zouden duiken en dan ook daar voor anker te gaan zodat we morgen op zee bezoek zouden kunnen ontvangen en nog een keer samen met hen te kunnen duiken. Daarna zouden we met zijn allen in de haven van Scheveningen terugkomen en aan de verschillend media verslag doen van de talrijke ontdekkingen die tijdens de expeditie zijn gedaan. De weersomstandigheden hebben de expeditieleiding doen beslissen dat het een beter idee is om vanmiddag de haven van Scheveningen in te varen omdat het toch geen zin heeft om op een woelige zee met golven van meer dan 2 meter te blijven liggen. Mocht onverhoopt toch de wind gaan liggen dan zijn we binnen een half uurtje varen op de Adder en kunnen we alsnog gewoon gaan duiken. Voor de rest is er niet veel te doen nu, dus ligt de helft van het team op de hele dag, net als gisteren, weer voor de TV in de hoop een film te zien met sex en geweld. Wat moet je anders?
De andere helft van het team, is bezig met het schrijven van persberichtjes, monteren van films, uitzoeken van foto’s en het voorbereiden van de presentatie van morgen waar we het een en ander aan resulaten van de expeditie Doggersbank uit de doeken zullen doen.
Ondanks dat de laatste dagen qua duiken niet zijn wat we hadden verwacht, heb ik het gevoel dat we achteraf terug gaan kijken op een succesvolle expeditie, waar ondanks wat discussies, nooit een vervelende stemming is geweest. En nu maar hopen dat er een expeditie deel 2 gaat komen waar ik weer deel van uit mag maken!
Udo van Dongen
Vrijdagavond hadden we het al gezien: over het voordek van de Alpha H. lag een groot stuk staand want, met kabeljauwen die al enige tijd dood waren en tientallen krabben die zich in de nesten hadden gewerkt.
Zaterdagochtend rollen we daarom al om zes uur de kooi uit om op de eerste kentering een schoonmaakduik te maken. Met grote postzakken en hefballonnen trekken we ons in de stevige stroming langs de lijn naar beneden. Geen ideale omstandigheden: vlak na springtij, een stevige deining, een wrak dat op ruim dertig meter diepte ligt en troebel Noordzee-water.
De Alpha H. ligt ruim honderd mijl verwijderd van Texel, het dichtstbijzijnde stukje Nederland. Bijna onbestaanbaar dat hier een visser met een klein bootje zijn netten heeft uitgezet. Wat nou als er plotseling zwaar weer uitbreekt? Dan is het in zo’n kleine notendop een helse terugtocht.
Op dertig meter diepte zitten we al snel in grote stofwolken te snijden. Zak na zak wordt gevuld. Op weg naar boven is de stroming nog eens extra aangetrokken: als vlaggetjes hangen we aan de lijn. Kijk, dit is hard werken. Dit lijkt meer op Noordzeeduiken dan de duiken die we noordelijker, in het kristalheldere blauwe water van de Doggersbank tijdens ellenlange kenteringen hebben gemaakt. Dat leek eerder een tropische vakantie.
Eenmaal boven liggen we in twee meter hoge golven te wachten tot we op de bodyboard achter de RIB terug naar de Cdt. Fourcault worden gesleept. Gelukkig zit er nog wat ademgas in de flessen, de hoofden zijn door dit natuurgeweld meer onder dan boven water. ,,Iedereen veilig boven’’, zegt duikleider Wouter, als de laatste nettensnijder aan dek is gestapt.
We zijn daarna net op tijd met het lossnijden van de verstrikte Noordzeekrabben. Als we de laatste overboord hebben gezet, komt crewlid Gaby waarschuwen: alles zeevast maken, er komt zwaar weer aan. Niet veel later zitten we in een stevige storm, met golven die oplopen tot meer dan vier meter. De Cdt. Fourcault is heel stabiel, maar in deze omstandigheden moeten we ons bijna vasthouden als we een stukje over het dek lopen. Het uitzicht is prachtig, de kolkende watermassa imposant. Maar de duik later op de dag, op de Koningin Regentes, moeten we helaas skippen. Zondagochtend nieuwe kansen, we hebben in de storm in elk geval al een heel kunnen doorstomen naar de eindbestemming. We liggen nu boven het wrak van de Tyche, dertig mijl uit de kust van IJmuiden. Bijna thuis, nog een klein stukje varen naar Scheveningen.
Het was de dag van de wrekkies en de tekkies. Deze dag hadden ze echt verdiend, nadat ze gisteren een dag lang de biologen vergezelden om op het zand en grind van de Klaverbank naar ieniemini naaktslakjes en grote dodemansduimen te zoeken.
De Interocean II, een formidabel olieplatform dat wij eerder bezochten, werd ruim voor de middagkentering bereikt. Met een redelijk ruime window hoefden wij ons niet te haasten, de wind trok aan en de golven waren zo’n tweeënhalve meter. Voor iedere normale duikoperatie een no go, voor een operatie vanaf de Cdt. Fourcault verantwoord door het uitgekiende systeem duikers terug aan boord te brengen. Een strak achter de rib bevestigd bodyboard brengt iedere duiker met een spectaculaire rit terug naar de liftkooi van de boot om – bijna – moeiteloos aan boord gehesen te worden.
De Noordzee is dan wel niet zo diep, maar om in het midden van niets dan toch op 15 meter vaste bodem onder je te hebben is na een week van 30 en 40 meter duiken een rare gewaarwording. De restanten van het platform zijn fantastisch begroeid met velden anemonen, die zich tegoed doen aan de onophoudelijke stroom kwallen.
De dag wordt er niet rustiger op tijdens het doorvaren naar de Alpha H., een coaster die een jaar of 20 geleden onderging. Een eerste verkenning maakt duidelijk dat het schip al tijden op het Duik de Noordzee Schoon-team ligt te wachten. Staand want, dat al veel kabeljauw slachtoffers opleverde, vereist actie! De klus is te groot om meteen te klaren en wordt uitgesteld naar de vroege zaterdagochtend. Kentering is om half acht, maximale stroming een halve knoop, dat moet te doen zijn. Misschien hebben we geluk dat we een rustige zee treffen, dat maakt het meesjouwen van camera spullen een stuk eenvoudiger. We willen wel graag iedereen laten zien wat we aan het doen zijn.
Zeker is dat de Alpha H. een schip blijft met de nodige vragen. Wat doen die enorme communicatiekabels daar die over het schip lopen? Een slordigheidje van de kabellegger tussen Nederland en Engeland? Of is het iets anders? De Fourcault had er ook al ruzie mee en haakte erachter met het anker. We zaten vast aan de Alpha H. Onbegrijpelijk als je bedenkt dat we eerder moeite hadden het wrak te lokaliseren. Duikplanning is gemaakt, het gaat een mooie ochtendduik worden!
Edward
Op de Klaverbank zagen we vandaag de Sleipner, het actieschip van Greenpeace. Terwijl wij in het gebied zijn om onderzoek te doen, te monitoren en scheepswrakken te ontdoen van visnetten, voeren zij actie. Het doel van Greenpeace: de Klaverbank tot beschermd gebied verklaren. De gelijktijdige aanwezigheid van de milieuorganisatie en Expeditie Doggersbank is toeval. Maar de ontmoeting op zee was aanleiding om eens wat aan elkaar te snuffelen.
Kapitein Pim pakte speciaal daarvoor de helikopter uit. Leuk speelgoed: we hadden er de hele week al begerig naar staan kijken. Bemanningslid Soes noteerde van ieder van ons het gewicht en stelde drietallen samen. In de middag kregen we allemaal een rondvlucht. Langs de Sleipner – een rondje er om heen – naar een boorplatform in de verte, langs een kleine Engels hektrawler die een trekje deed op de Klaverbank en natuurlijk een paar rondjes om de Cdt. Fourcault, ons eigen schip. Kicken! Een eigen helikopter staat sinds vandaag hoog op mijn verlanglijst.
Nou ja, het kon natuurlijk niet uitblijven: ook Greenpeace was nieuwsgierig geworden. Ze hadden – toen de Cdt. Fourcault in het vizier kwam – eerst gedacht dat ze bezoek kregen van de marine. De mooie schutkleur van ons schip, de helikopter op het bovendek, het ziet er allemaal heel stoer uit. Maar toen ze eenmaal door hadden, dat ze Expeditie Doggersbank voor zich hadden, kwam er al snel een RIB met een afvaardiging onze kant op. Ook zij wilden wel eens zien wat wij aan boord hebben.
Drie man en een vrouw klauterden het touwladdertje omhoog. Eén van onze eigen teamleden – we noemen geen namen – knoopte het Greenpeace-bootje aan de railing en de rondleiding begon. Of het nou door de stevige golfslag kwam, of dat de knoopkunsten van ons teamlid vandaag wat beneden peil waren, daar zijn we het nog niet over eens. Maar ineens zagen we de RIB van Greenpeace ver achter de Cdt. Fourcault drijven. Bezorgdheid bij Greenpeace, opwinding bij de bemanning van de Cdt. Fourcault: een mooie kans om wat stuntwerk te laten zien. Techneut Frankie wilde graag uit de heli springen om de boot terug te halen.
Actie! Al snel zien we de heli in de verte verdwijnen. Een paar benen verschijnen op de leggers. Frankie! Even later zit hij op de leggers. En vervolgens hangt hij aan zijn armen aan de leggers. En ineens stijgt de helikopter van enkele meters boven het wateroppervlak naar enkele tientallen meters boven het wateroppervlak. Wow! Frankie blijft hangen. De helikopter daalt weer. En even later stapt Frankie op de rand van de RIB. Hij start de motor en komt met een rotgang naar de Cdt. Fourcault stuiteren. ,,Stuntman’’, schreeuwt hij met een hele grote grijns. ,,Wie wil me inhuren?’’
Morgen bedenken we een nieuwe stunt voor Frankie. Het is geen enkele dag saai tijdens Expeditie Doggersbank.
Annet van Aarsen
Vanmorgen worden we wakker op de Doggersbank en na lang zoeken op alle beschikbare kaarten blijkt dat het merendeel van de wrakken hier op het Engelse deel liggen. Er zijn een paar opties: gewoon onder de boot op het zand, naar Engeland en daar een wrak zoeken met het risico dat we weer nieuwe soorten voor Nederlands water vinden die dan in Engeland liggen of we vertrekken alvast naar de meer zuidelijk gelegen Klaverbank, waar we ook nog moeten inventariseren. En wat blijkt: de boot bestaat uit twee kampen. De staalvreters en de zandhappers! De laatste groep, de biologen dus, opteren voor de eerste mogelijkheid, een duik op het zand. De tweede groep wil staal zien, want waarom zou je anders op de Noordzee willen duiken. En ik? Ik vind het allemaal wel best, ik hoef alleen te registreren, da’s nou eenmaal mijn taak hier. Uiteindelijk wordt besloten dat er voor de vaststelling van de biodiversiteit van de Nederlandse Doggersbank hier nog minstens een keer gedoken moet worden, dus er wordt onder veel hoongelach van de wrakkenzakkers een duik gemaakt op het zand. ’s Middags mogen zij dan weer los op een nader te bepalen dieper gelegen wrak. Om de jongens tijdens de zandhapperij te vermaken wordt Wouters onderwaterwebcam weer aangesloten met een vis voor de lens: aflevering 2 van de krabben reallife soap is begonnen en zorgt weer voor veel hilariteit: veel is er niet voor nodig om staalvretende spierballen te amuseren, het blijft nou eenmaal een andere levensvorm.
Ik mag vandaag gelukkig met Peter van Bragt mee op het zand, want zelf zou ik niet veel moois weten te vinden op het zand. Eenmaal op 30 meter diepte aangekomen blijkt mijn prachtige Suunto D6 zonder aanwijsbare reden in error gekomen te zijn dus ik besluit maar om volgens Peter’s computer te duiken. En wat blijkt: vandaag zijn er nog twee Suunto’s in Error gekomen en gisteren ook al een, goed spul!
Maar goed, het zand dus: we gingen voor de helmkrab en al snel spotten we er een, dus ik maak wat foto’s, blijkt het naderhand om een dood exemplaar te gaan, duhh.. Verder rollen er sponzen over de bodem wat me doet vermoeden dat er toch iets van hard substraat in de buurt moet zijn, maar dat schijnt achteraf niet noodzakelijk zo te hoeven zijn. Wat vinden we nog meer? Een zeldzame dwergtong, de gewone slangster en een prachtexemplaar van een zeemuis met regenbooghaar! Eenmaal terug op de boot zet ik mijn foto’s op mijn laptop en per ongeluk ziet Peter dat ik een foto van een zeester op het scherm heb staan. Istie boos omdat ik hem niet heb geroepen voor een zeester: het bleek om een zeldzame Kamster te gaan die nog maar weinig zijn waargenomen, hoe kan ik dat nou ruiken?! Dus als je met Peter duikt en je ziet een zeester, roep hem dan voortaan! Maar hij vindt altijd nog meer dan ik en als je me nu vraagt om mee te duiken op het zand, dan zeg ik direct: ’doen!’. Vooral toen ’s middags bleek dat de staalvreters op 43 meter tegen de onderkant van een omgeslagen wrak hebben liggen staren…
Udo van Dongen
Kapitein Pim heeft ons deze dinsdag ochtend naar het wrak van een Deens viskottertje gevaren. Het zonnetje schijnt, het water is lichtblauw. Iedereen is blij: we zitten eindelijk op het Nederlands deel van de Doggersbank.
Maandag hebben we gedoken op de omgevallen Ocean Prince – een olieplatform – en de biologen aan boord hebben daar allerlei slakjes en zakpijpen gevonden die in de Nederlandse soortenlijst niet voorkomen. Wat keken ze sip toen we na de duik te horen kregen dat we net een paar mijl op Engels grondgebied zaten.
Maar vandaag komt het allemaal goed. Een voor een zwemmen we naar de boei die we op het wrak hebben gegooid. Er is bijna geen stroming en op tien meter zien we de lichte zandbodem twintig meter dieper al onder ons. Het wrakje is een geinig houten bootje, dat sporen van brand vertoont. Daar hebben we dan meteen de vermoedelijke oorzaak van de ondergang.
De biologen duiken gelijk met hun neus op een stuk hout. Ik denk dat ze die enorme school kabeljauwen die als een ondoordringbare wand voor het wrak hangt, niet eens zien. Wow, zo moet het vroeger ook geweest zijn op de inmiddels leeggeviste wrakken dichter bij huis. Op de bodem is een enorme kreeft aan de wandel. En een nieuwsgierige leng komt eens poolshoogte nemen.
De wrakduikers hebben een mooie klus: om het wrak heen liggen meters en meters net. Al snel is iedereen aan het snijden. Nou ja, behalve de biologen dan. Die zijn druk bezig met fotograferen en het verzamelen van allerlei diertjes in kleine potjes. Later aan dek blijkt dat de vondsten spectaculair zijn. In één duik is de Nederlandse soortenlijst met drie schepsels uitgebreid: nog nooit waargenomen in Nederland. En nou wil iedereen natuurlijk weten wat de heren hebben gevonden. Nou, dat houden we nog even geheim. Als we volgende week maandag aan het einde van de expeditie weer in de haven van Scheveningen liggen, lichten we een tip van de sluier op.
We kunnen in elk geval zeggen dat Expeditie Doggersbank geslaagd is, zegt Wouter Lengkeek, één van de biologen. Hij denkt dat vanaf nu elke duik bijzondere waarnemingen zal opleveren.
Nou ja, dat is aan de wrakduikers aan boord niet écht besteed. Die vermaken zich de rest van de dag met de beelden van de camera die Wouter op de bodem van de Doggersbank heeft gelegd, vlak voor het stoffelijk overschot van een rode poon. Binnen een mum van tijd is dat banket gevonden door een hele horde ongemanierde heremietkreeften en zwemkrabben. Luid gejuich als de eerste gevechten beginnen. Brood en spelen op de Doggersbank!
Op de Noordzee leeft je niet met de dag maar met het uur. Je maakt veel plannen, die weer net zo makkelijk gewijzigd moeten worden door de snel wisselende omstandigheden. En zo liep het ook de afgelopen 24 uur.
Na de schemerduik op zondagavond sloeg het weer om. Eerst regen, de wind wakkerde aan tot een dikke 7 en de golven haalden drieneeenhalve meter. Goed doorgeschommeld werden we de volgende ochtend wakker, midden op een onrustige Noordzee. Met de Fourcault als supportschip kunnen we weliswaar lang doorduiken, maar er zijn grenzen.
De maandagochtend bleven we noodgedwongen uitgewaaid aan boord.
De beslissing om dan maar meteen op te stomen naar de Doggersbank was snel genomen. Ben hield ons – maar ook de crew – bezig met een uitgebreide presentatie over veiligheid en brandpreventie op zee en na afloop bleek de wind behoorlijk in kracht afgenomen. Zo snel kan het gaan!
Duikplannen kwamen weer op tafel en wij planden nu voor de kentering ‘s middags aan te komen bij het het wrak van de Ocean Prince, dat tot haar ondergang tijdens een storm in 1968, een booreiland was.
Die kentering haalden we net niet, maar na een ontspannen dagje aan boord vonden we het geen belemmering toch te duiken. De extra stroming namen we op de koop toe, het vooruitzicht van een eerste duik op de Doggersbank wilden wij ons niet laten ontnemen.
Dat bleek een hele goede beslissing, zo goed dat we vanavond nog eens terug gaan, nu op de goede tijd.
En tegelijkertijd maken we alweer de planning voor morgen – die er over een uur toch weer anders uit kan zien.
Edward